🍺

 

Biergeschiedenis – Gorinchem

Gorinchem was eeuwenlang niet alleen een vestingstad aan het water, maar ook een stad waarin bier diep verweven was met economie, bestuur en dagelijks leven. Al in de middeleeuwen zijn er Gorcumse brouwers bekend. Hun bier hoorde bij het ritme van de stad en maakte tegelijk deel uit van een grotere wereld van oorlog, bevoorrading en handel. Zo leverden Gorcumse brouwers bier voor soldaten die vochten in de Arkelse oorlogen. Dat ene gegeven laat al zien hoe belangrijk bier was: niet alleen als drank voor huis en herberg, maar ook als product dat meetelde in macht, organisatie en stedelijke inkomsten. De bieraccijns vormde bovendien een belangrijke bron van inkomsten voor het stadsbestuur.

In de zeventiende eeuw bereikte die biercultuur een opvallende omvang. Toen telde Gorinchem naar verluidt zo’n 23 brouwerijen. Dat betekent dat brouwen hier geen klein ambacht in de marge was, maar een zichtbaar onderdeel van het stadsleven. Achter dat getal ligt een wereld van mouterijen, opslag, vervoer, tonnen, vaten, herbergen en werkplaatsen. Bier hoorde bij de stad zoals markten, kades en poorten bij de stad hoorden. In zo’n omgeving werd niet alleen gedronken, maar ook gewerkt, verhandeld, belast en vervoerd.

In de negentiende eeuw waren van die rijke brouwwereld nog drie brouwerijen over: De Kraan aan de Nieuwstad, De Drie Snoeken in de Bornsteeg en Het Kruis in de Melkheul. Zij kwamen in handen van de compagnons Eijckmans en Van Renesse. Hun assortiment laat zien hoe breed de biercultuur in Gorinchem nog altijd was. Er werd niet alleen typisch Nederlands princesse- en gerstebier gebrouwen, maar ook Gorinchemsche Ale, faro, Gentse Uitzet en zelfs India Pale Ale. Daarbij werden niet alleen Vlaamse, maar ook Amerikaanse hopsoorten gebruikt. Juist dat maakt de biergeschiedenis van Gorinchem zo interessant: de stad stond niet op zichzelf, maar was verbonden met bredere handelsstromen en smaakontwikkelingen. Zelfs in het lokale bier waren invloeden van buitenaf merkbaar.

Een bijzonder voorbeeld uit die tijd was het Minnebier. Dat bier was bestemd voor borstvoedende vrouwen en werd daarnaast aanbevolen voor bloedarmoedigen, zwakken en herstellenden. Daarmee laat het zien hoe bier in de negentiende eeuw niet alleen werd gezien als genotmiddel, maar ook als iets voedzaams en versterkends. Bier stond dicht op het dagelijks leven en werd verbonden met zorg, herstel en lichamelijke kracht.

In 1883 verscheen met de Ravenswaaij Bierbrouwerij aan de Vissersdijk een nieuw hoofdstuk in de stad. Deze brouwerij werd modern opgezet en uitgerust met technieken als ijsmachines. Daardoor kon men ondergistend Beiers bier brouwen naar Duits voorbeeld, zoals lager, Dortmunder en bockbier. Hier wordt zichtbaar hoe Gorinchem meebewoog met technische vernieuwing en veranderende biermode. De stad kende dus niet alleen een oud brouwverleden, maar ook een fase waarin modernisering en nieuwe stijlen hun intrede deden.

Toch bleek ook die vernieuwing kwetsbaar. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Ravenswaaij gesloten door gebrek aan grondstoffen. De brouwerij werd in 1918 verkocht en daarna afgebroken. De oudere brouwerij van Van Renesse hield langer stand en behoorde tot de laatsten boven de grote rivieren waar nog traditioneel bovengistend bier als princesse- en gerstebier werd gemaakt. Maar uiteindelijk werd de concurrentie van pilsener en andere moderne bieren te sterk. In 1927 volgde verkoop aan brouwerij De Sleutel in Dordrecht, en in 1933 viel definitief het doek voor het brouwen in Gorinchem.

Toch is die biergeschiedenis niet verdwenen. Een deel van het pand van De Kraan aan de Nieuwstad bestaat nog, net als het gebouw van de mouterij aan de Keizerstraat. Juist zulke overgebleven gebouwen vormen de tastbare onderbouwing van het bierverleden van de stad. Samen met de bekende namen van brouwerijen, straten, bierstijlen en handelsverbindingen laten zij zien dat de biergeschiedenis van Gorinchem meer is dan een oud verhaal. Zij ligt nog altijd verankerd in de stad zelf, in steen, structuur en herinnering.